Wijkblad

wijkblad Hart van Nijmegen
Wijkblad_cover_februari_2017_Leonie

 

 

 

 

Wijkblad_cover_december_2016_25cover_wijkblad_november_2016Hart_van_Nijmegen_nummer_1

 

 

 

 

Elk nummer van Hart van Nijmegen vindt u hier

Verhalen uit de Landbouwbuurt
Hans Vos en de reunie
              november 2016
Hans Vos, André Weijtmans en Thijs Ruijsch (van melkhandel Ruijsch, Gaffelstraat 29) organiseerden in 1998 hun eerste reünie voor de ‘jongens en meiden’ uit de Landbouwbuurt. “Het was nog een hele toer om alle adressen bij elkaar te krijgen maar met de hulp van vaders en moeders werden contactgegevens achterhaald: vooral telefonisch want nog niet iedereen had een mailadres. Als je ouder wordt en een goede en onbezorgde jeugd hebt gehad denk je terug aan je eigen jeugd.”
Riny en neefje op fietsje

 

 

 

 

 

Riny Boutier met neefje op een driewielertje voor Gaffelstraat 30

Hans Vos heeft tot aan zijn trouwdag in 1975 in de Zichtstraat 21 gewoond : “De meeste (katholieke) jongens gingen naar de de Sint Antoniusschool aan de Verlengde Groenestraat (later het gebouw van Doornroosje). De meisjes gingen meestal naar de lagere school aan de Dobbelmannweg. De protestante kinderen gingen meestal naar de school aan de Hatertseweg.

“Op straat speelden we ‘kastie’, een soort honkbal met een plank en een bal. Ook het spel ‘Bok bok, hoeveel hoorns?’ werd vaak gespeeld. Dan stond je met één partij ‘kop onder kont’ met een rijtje tegen de muur (de ‘moeder’ stond met zijn rug tegen de muur, de eerst man van de rij stond met zijn hoofd in de gevouwen handen van de moeder, daarna ‘kop onder kont’) en de andere partij sprong boven op de ruggen. Doel was om elkaar behoorlijk wat blauwe plekken te bezorgen. Als iedereen gesprongen had moest er geraden hoeveel vingers (‘hoorns’) er door de springende partij werden opgestoken. De moeder probeerde dan met zijn vingers aan te geven hoeveel hoorns werden opgestoken. Dan volgde een wissel van springen naar bukken. Ook speelden we ‘geutje gooien’. Aan iedere kant stond iemand en je probeerde de bal op de stoeprand te laten kaatsen. Als raak: 1 punt. Soms kwam hij weer terug op je eigen rand en dan had je twee punten.
Een ander spel was ‘pinkelen’. Dan speelde je ook met twee partijen: veldpartij en slagpartij. De slagpartij had twee bakstenen, een slaghout en een kort houtje dat over de twee stenen (als een soort bruggetje) werd gelegd. Je moest dan 3 typen slagen doen en bij de laatste kon je (als het goed ging) met de lange slagstok je punten tellen. Des te verder je had geslagen, des te meer punten je had. Ook werd er natuurlijk ‘tikkertje’, ‘krijgertje’, ‘verstoppertje’, ‘potten’, ‘stekken’ (heette landelijk ‘Boter-Kaas-Eieren’) en dergelijke gespeeld. Voor de jongens (we waren allemaal redelijk rebels) was ‘ouwehoeren op de Goffert’ een leuke en spannende bezigheid, meestal op de woensdagmiddag. Doel was parkwachters ‘de kop gek maken’ en andere rottigheid uithalen. Daarover kan ik wel een dag praten, tjonge wat een hoop verhalen zijn er. Daar zouden we nu wel het journaal mee gehaald hebben.
Toen we zo rond de 14 á 15 jaar oud waren en ‘het’ begon te kriebelen, waren er veel (amerikaanse) fuiven in de buurt. Iedereen bracht wat mee en in  het donker werd er al behoorlijk wat ‘geëxperimenteerd’.
Riny, Suze, Janny etc


Aparte clubhuizen hadden we niet, maar wel hadden we onze geheime plekken, zoals een uitgeholde hooibalenberg bij de ASW-fabriek of de oude opslagruimte bij de Endra (Eerste Nederlandse Hechtdraadfabriek) aan de Muntweg. Daar voerden we ‘oorlogen’ en gooiden met metalen schijfjes (diameter 20 cm) op elkaar, levensgevaarlijk was het maar dat realiseerde je je toen niet. Ook hadden we de pijlers van de Waalbrug ontdekt. Bij het monument van Jan van Hooft hadden we een luik opengebroken en dan kon je (via muurbeugels) helemaal in de holle pijler tot aan de waterspiegel van de Waal komen. In de metersdikke muren zaten, een soort ‘spuigaten’. Bij hoogwater lopen de pijlers helemaal vol en tengere Thijs kon door de gaten. Wij stonden dan op de dijk in Lent te kijken hoe tengere Thijs zijn koppie door een van de spuigaten valk boven het Waalwater stak.

Hans Vos over de Landbouwbuurt: “Iedereen heeft zich verschillend ontwikkeld, van ambachtschool tot gymnasium en universiteit’. Iedereen is wel goed terecht gekomen volgens mij. Een aantal woont nog in de buurt, een enkele nog op het ouderlijk adres. Voor zover ik weet zijn dat Frans Peperzak (nu Gaffelstraat, vroeger Zichtstraat 25), Loes Boutier (ouderlijk adres Gaffelstraat 34) en Thijs Ruijsch (Karnstraat). We zijn nu allemaal tussen en 60 en 70 denk ik, de meesten rond 65.
sneeuwballen gooien in Zichtstraat

 

 

 

 

 

 


Sneeuwballen gooien in de Zichtstraat

Op zaterdag 12 november 2016 wordt de vijfde reunie georganiseerd, in de Goffertboerderij door Ans en Henri Peijnenburg, Koos Lubbers, Lieke Veggeler en Hans Vos.
De volgende reünie zal misschien ergens in 2020 zijn. Het is zó vertrouwd, alsof je elkaar nooit uit het oog verloren bent. Het is zó leuk om je herinneringen met de anderen uit de buurt en tijd te delen, je wordt er weer even ‘jong’ van. We hebben geen ‘ballotage’. In principe kan iedereen komen die denkt dat hij / zij deel uitmaakt van het groepje.”
reunie_Landbouwbuurt_2016

 

 

 

 

 

zaterdag 12 november 2016 in de Landbouwbuurt

Voor een nieuwe reünie kan men zich aanmelden via Hans Vos,
jhjmvos@gmail.com

 

 

 

Ome Johan
          Oktober 2011
Tien jaar geleden kreeg ik een jong poesje. Ik was er dol op en genoot van zijn aanwezigheid. Na een paar maanden ging het beestje de buurt verkennen. Hij ontdekte een poezenwalhalla bij ome Johan, een buurman van vier huizen verder. Hij had een huis dat diende als poezenopvang. Overal waren poezen, slapend, etend, spelend. Oom Johan was gek op zijn beestjes en verwende ze met kip, vis en room.

Mijn poes, Chico,  zocht het poezenparadijs steeds vaker op. Er werd met hem gespeeld en hij kreeg heerlijke hapjes. Ome Johan begreep de naam Chico niet en daarom noemde hij mijn poes Pipo. Al gauw kwam Pipo heel weinig thuis. Dat was niet zo leuk voor mij en ik ging met Ome Johan in gesprek. Dat hielp helemaal niks, maar ik legde me neer bij de situatie. Ik ontdekte dat het een hele bijzondere man was en ik ging geregeld bij ome Johan langs. Oom Johan hield van een geintje en hij was slim en sociaal. ‘s Zomers, bij mooi weer zat hij de hele dag in de tuin. In een tuinstoel, biertje erbij. Naast zijn stoel een radio, zwembroek aan, petje op en een bruin lijf.

Zijn tuin was een ontmoetingsplek. Hier leerde ik andere buurtgenoten kennen. Zijn dochters waren er vaak. Hij was een heel tevreden pensionado. Op vakantie gaan was voor hem echt niet nodig. Het gras maaien, appels plukken, poezen verzorgen: dat was te gek.
Op de begrafenis van ome Johan werd een hele rits dia’s vertoond. Ome Johan was een mooie man, een slanke kerel, donker haar en een scherpe oogopslag. Op veel foto’s zie je hem genieten, van het mooie weer en van de mensen om hem heen. Lollige foto’s, rare hoedjes op, gekke bekken trekken. Een jong poesje op zijn enorm bruine lijf.
Vannacht droomde ik over hem, hé Ome Johan, jij was toch overleden…?

Kom vaker langs lieve Johan, wees welkom….

verhaal door: Mariska

Elke ochtend
          November  2011
Elke ochtend hoorde ik haar zingen. Klassieke aria’s kwamen uit haar keuken waar zij oefende voor haar zangles. We woonden naast elkaar in een volks buurtje met gehorige huizen. Naast zang hield Fabiana veel van haar tuin. Ze koesterde elk plantje en bloemetje en zat graag te genieten op haar bankje. Zodra ze even rustig zat kwam er vaak een van haar zeven kinderen bij haar zitten om moederlijke liefde op te eisen.

Voor mij was zij een bijzondere buurvrouw. Ik had vaak het gevoel dat ze door me heen kon kijken. Ze zag aan mij waar en waarom er emoties zaten. Ze gaf me warme aandacht, prees mijn talenten. En wat ik erg waarderde ze gaf heldere adviezen.

Fabiana woont tegenwoordig op de Willemsweg. Kinderen, kleinzoon en aanhang komen nog steeds graag bij haar over de vloer.
Dit jaar is er een boek uitgekomen van Fabiana. Tien jaar geleden heeft Fabiana een jaar lang een zwaar autistische jongen begeleid. Deze jongen woonde in een instelling voor verstandelijk gehandicapten. Hij kreeg bijna nooit bezoek. Fabiana heeft hem een jaar lang wekelijks bezocht. Ze vertelt over de bezoeken, wat ze wekelijks meemaakt met hem en hoe ze na de bezoeken op een bijzondere manier contact met hem maakte.Via een telepathische weg ontdekte ze zijn motieven voor zijn gedrag. Het levensverhaal van de jongen is traumatisch. Zijn vermogen om zich uit te drukken is klein. Maar Fabiana ontdekt geheimen uit zijn leven. Ze begrijpt steeds beter waar zijn gedrag vandaan komt.
Het boek geeft een helder beeld van haar paranormale gave en toont haar eindeloze geduld en liefde naar de jongen. Hierdoor zie je hem genieten en voel je dat zijn eigenwaarde toeneemt en hij leert wat contact kan betekenen. Ik wens iedereen veel leesplezier!

“Ik wist niet dat die benen van mij waren”  website: fabianamelssen.nl

verhaal door: Fabiana

Toko
       August 2011

“Gisteren waren we gesloten. Het was vanwege een begrafenis, van mijn oma.”

Ik ben in een toko, op zoek naar lekkere kruiden. De verkoper, een jonge Indiase man staat te bellen. Als hij opgehangen heeft, zeg ik: “Goh, wat erg van je oma. Hoe was de begrafenis?”

“Ik kon er niet heen. Het was in India. Het is zo raar om er niet bij te kunnen zijn. Afgelopen zaterdag werd ik gebeld. Ik was hier in de winkel samen met mijn vader. Mijn neef uit India belde en zei dat oma ziek was en dat ze naar het ziekenhuis gingen. Ik vroeg meteen of ik oma kon spreken en dat kon. Ze was goed aanspreekbaar, ik heb wel een kwartier met haar gebeld. Toen was mijn telefoonkaart op en pakte ik een nieuwe kaart gepakt om nog even te bellen. Toen was het te laat, ze was overleden. Kijk, hier ligt die kaart nog”.

De man is duidelijk aangeslagen en kijkt me aan alsof hij in een film zit en niet wil weten hoe het afloopt.

“Ik ben echt de laatste die nog met haar gesproken heeft. Ze is 103 jaar geworden, dat is in India niet oud, weet je. Daar worden mensen gerust 110.

Na het verdrietige bericht hebben we meteen visa geregeld bij de Indiase ambassade in Den Haag. Mijn ouders zijn maandag vertrokken en gisteren waren ze bij de begrafenis. Mijn vader blijft daar nog een tijd om van alles te regelen. Ik ben hier en ik help mijn ouders door in de winkel te staan. Ach, ik was zo gek op mijn oma. Mijn vrouw is zwanger en ik wilde zo graag met mijn vrouw en de baby naar oma toe. Mijn vrouw heeft haar nooit ontmoet.”

Zijn prachtige ogen hebben een trieste blik, terwijl hij mijn boodschappen in een zakje doet.

“Misschien kun je een foto van je oma neerzetten in de winkel?”

“Ja, ik zal erover nadenken.”

verhaal door: Mariska

Nel Denies

Oktober 2013

‘Oliebollen-Nel’ woonde in de Sikkelstraat. Zij werkte voornamelijk in de kraam van haar ouders, waar ze vanaf haar tienerjaren vooral opviel door haar knappe uiterlijk. Haar leven werd gekenmerkt door het groot aantal verschillende relaties die ze had met mannen. In die periode kreeg ze bijnaam ‘Oliebollen-Nel’, de naam waarmee ze vooral tijdens en na de Tweede Wereldoorlog werd aangeduid. In die oorlog speelde zij een rol in Den Haag in het verzet én kwam zij vaak bij de Haagse Sicherheidsdienst, althans zo luidt het verhaal. Eerder had Nel een heuse sultan aan de haak geslagen. Daarna begon ze als schoonheidsspecialiste in Den Haag. Na de oorlog trok Nel in bij haar ouders, in de Sikkelstraat, tot haar dood in 1990.

verhaal door: Numaga

(een -gedeelte van-  één van de 134 biografiën van bekende en minder bekende Nijmegenaren in genoemd jaarboek: Nel Denies uit de Sikkelstraat in het Jaarboek Numaga 2013)
Hebt u informatie over Nel in de jaren dat zij in de Sikkelstraat woonde?
Mail dit naar haar achterneef Michel: micheldejong84@gmail.

One thought on “Wijkblad

  1. jose

    Ik ben in 1969 geboren in de landbouwstraat 49, in 1975 zijn wij verhuist naar tolhuis. Daar hebben we maar anderhalf jaar gewoond. In 1976 zijn wij weer terug verhuist naar de landbouwbuurt, dit keer in de karnstraat 21. We hebben daar altijd met heel veel plezier gewoond, ik kan me de straat feesten nog goed herinneren maar vooral de saamhorigheid, en natuurlijk de Vivo en het zuivelwinkeltje van de Wit..Karel de melkboer die met zn karretje iedere week door de buurt kwam en nog zoveel meer. 14 jaar geleden is mijn moeder overleden en daardoor heeft mijn vader 6 jaar geleden besloten om de Landbouwbuurt vaarwel te zeggen!

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *